Frits Schoute blijft geloven in wonen op zee

'Water werkt pacificerend op de massa'

,,De grootste scepticus van de Ecoboot is mijn vrouw'', vertelt emeritus hoogleraar telecommunicatie Frits Schoute (54) glimlachend. ,,Ik zal haar nooit kunnen overtuigen dat een drijvend eiland de krachten van de Noordzee kan weerstaan en er zelfs energie aan kan onttrekken.''

U bent sinds uw afscheid als hoogleraar in 2000 intensief bezig met de Ecoboot. Is het bij zo'n project van de lange adem niet moeilijk om het enthousiasme vast te houden?

,,Nee, integendeel. Kijk, telecommunicatie was ook aardig om aan te werken, maar daar overtreft de technologie inmiddels de behoeften. Ik gun het KPN en Vodafoon als ze dankzij een nieuwe killer application uit de schulden komen, maar voor het overleven van de mensheid is het niet essentieel. Leven op zee is een deeloplossing voor een enorm probleem. Door de grote toename van de bevolking worden energie, ruimte en water steeds schaarser, en dat dreigt te leiden tot vele conflicten. Schoute op TU met surfeiland model van 1e-jaars maritiem. Foto Sam Rentmeester.

Journalisten vermelden graag dat ik in 1979 al een draagbare computer heb gebouwd, maar het zijn bedrijven en managers die de laptop als product hebben neergezet. Ik denk dat hetzelfde zal gebeuren met wonen op zee. En dan is het leuk om tot de pioniers te behoren.''

Stel, we plaatsen de bevolking van een Haagse wijk over naar een leefgemeenschap op zee. Ontstaat er een nieuwe sociale dynamiek of nemen die mensen hun irritaties gewoon mee?

,,Ik vermoed dat water pacificerend werkt op een grote massa. Het valt mij altijd op hoe vreedzaam Hagenaars hutje-mudje op het strand van Scheveningen zitten als het mooi weer is. Tegelijkertijd kun je je voorstellen dat er spanningen ontstaan als mensen op de Ecoboot hun dagelijkse werk moeten verrichten.

Maar toch, je hebt zoveel ruimte om je heen als je op zee woont. En zoveel mogelijkheden om de onderdelen van de Ecoboot te herschikken. Zoveel vrijheid, zoveel ruimte, misschien levert dat een vreedzamere samenleving op.''

U groeide zelf vlakbij de zee op.

,,We woonden op de rand van Den Haag en Scheveningen, een kwartiertje lopen van de zee. Als ik nu dagdroom over het uitzicht dat de Ecoboot 's avonds zal bieden, zie ik de lichtjes van Scheveningen voor me. Maar ik ben ook altijd gefascineerd door energie geweest. In 1957 nam mijn vader me mee naar Het atoom, een tentoonstelling op Schiphol. Daar werd uitgelegd wat kernenergie was. Ik vond het geweldig. Ik weet nog dat ik schema's van nucleaire reacties zat te tekenen.''

Komt u uit een technisch gezin?

,,Mijn ouders waren allebei psychiater. Mijn vader had zijn praktijk aan huis. Mijn moeder is na mijn lagereschooltijd weer gaan werken als psychiater, in een kindertehuis. Maar de interesse in techniek was er zeker. In ons huis hadden mijn twee oudere broers een laboratorium, waar we buskruit maakten.''

Buskruit?!

,,Natuurlijk gebeurde er wel eens een ongelukje. Tijdens het mengen met vijzel in een kom is het buskruit ooit spontaan ontvlamd. Mijn broer had een verbrande hand, maar geen blijvend letsel. Zelf heb ik een keer van mijn oudste broer op mijn kop gekregen omdat ik bij de productie van waterstofgas zoveel chloordampen liet ontsnappen dat zijn vergrotingsapparaat werd aangetast. De flesjes met zink en zoutzuur waren geknapt door de hitteontwikkeling.''

Een mooie jeugd.

,,Oh, zeker. We kregen een vrije opvoeding. Ik sta er nog van versteld hoeveel vertrouwen mijn ouders in ons hadden. Op mijn zeventiende had ik met een vriend al een eigen auto, een Morris Minor 1000. Autogordels en de maximumsnelheid op de snelweg waren nog niet ge´ntroduceerd. Ik heb toen meer risico's genomen dan ik bij mijn eigen dochters goed zou hebben gevonden.''

U weigerde naar het gymnasium te gaan, omdat u geen dode talen wilde leren.

,,Van die beslissing heb ik nooit spijt gehad. Op het Haagse Montessori Lyceum kon je zes jaar doen over de hbs; zo bleef er genoeg tijd over voor interessante bijvakken. Voor filmkunde was Nico Crama ingehuurd, toen een bekende cineast. Hij leerde ons alles over montage, camerastandpunten, spanningsopbouw. Ik heb in 1965 een korte speelfilm gedraaid, De nieuweling, over een jongen die zich wat eenzaam voelt op school, totdat op een schoolfeest een vonk overslaat tussen hem en het leukste meisje van de klas. Dan is opeens iedereen in hem ge´nteresseerd. (lacht) Die film is ook op televisie uitgezonden.''

In 1971 reisde u als student wiskunde en natuurkunde in uw eentje door de Sovjet-Unie.

,,Dat was erg spannend. Overal probeerde ik contacten te leggen met wetenschappers, ter voorbereiding van een reis met mijn studiegenootschap. Je kreeg dan een secretaresse aan de lijn zei die zei: professora njet! De professor is er niet. Gelukkig kon ik dan in het Russisch een verhaal afsteken: alsjeblieft, helpt u me nou, ik ben helemaal uit Nederland gekomen - en soms hielp dat. Russisch had ik impulsief als vak gekozen op een Amerikaanse school, tijdens een uitwisselingsprogramma. In het tweede jaar van mijn studie in Groningen pikte ik het weer op.''

Was u een hippie?

,,Niet echt. In 1969 ben ik met een Greyhound Bus naar Berkeley gereisd om een hippievriendinnetje te ontmoeten, en dat klikte toen helemaal niet. Ik was een fanatiek roeier en dat was nogal burgerlijk in de ogen van de Berkeley-studenten. Ik ging wel graag om met de outlaws. Mensen die je meetronen naar een dancing in Moskou waar de toeristen nooit komen.''

De mooiste periode uit uw loopbaan?

,,Mijn promotietijd in Harvard. Al de mogelijkheden die je werden geboden, de sfeer... Ik was getrouwd - ik heb mijn vrouw in Groningen ontmoet. Toch wilde ik mijn kinderen niet in de Verenigde Staten laten opgroeien. De tegenstellingen zijn te groot. Als ik van Harvard naar MIT fietste, kwam ik door een armoedige wijk in Cambridge. Geschreeuw, rotzooi op straat, kapotte auto's. En die wijk lag vlak achter het rijke Harvard.

Ik ben toen in Nederland bij Philips gaan werken. Het was 1977 en ik vroeg mijn aanstaande directeur of er nou toekomst zat in die telecommunicatie. Ja, eh.. hij dacht van wel. Het kwam er niet echt gepassioneerd uit, maar ik was overtuigd van de mogelijkheden.''

Waarom werkt u nog twee dagen per week aan de TU?

,,Ik vind het heerlijk om dat ritme erin te houden. Mijn lege agenda vult zich vanzelf op. Ik hoef niet steeds op mijn horloge te kijken, en dat voel ik als een grote rijkdom.''

tekst: Joost Panhuysen foto: Sam Rentmeester
© 2002 Redactie Delta